Deel 1

Ik veegde de laatste kruimels van tafel en smeerde met veel succes de vlekken uit tot grote vegen. Buiten sloeg voor de tweede keer een portier dicht. Ik keek uit het keukenraam. Tim maakte heftige gebaren vanaf de achterbank, bedoeld voor de chauffeur of voor Suus.

Vier uur eerder stond diezelfde Tim nog uitgebreid te discussiëren over de korstvorming van zuurdesembrood. Ik kon mij niet precies meer herinneren wanneer hij zichzelf tot ‘Chef van Alles’ had gebombardeerd, maar in mijn gedachten ging dit redelijk snel. Tim zat nog niet zo lang in onze ‘Club van Zes’. Zeven op de teller eigenlijk, maar de naam veranderde nooit.

Hij kwam een jaar geleden aanwaaien en hechtte zich als kauwgom aan mijn beste vriendin, Suus. Het gelukkige stel. Alles voor elkaar. Zo zag het er van buitenaf uit. De laatste tijd kreeg ik het idee dat de storm wat was gaan liggen, maar zodra ik daar voorzichtig naar vroeg, klapte de schelp dicht en moest ik uitkijken dat mijn vingers er niet tussen kwamen.

De Uber reed langzaam achteruit en keerde de weg op. Ik bleef bij het raam staan tot de rode achterlichten niet meer waren dan kleine stipjes.


‘Jij bent aan de beurt, hè. Heb je al…?’

Suus staarde even naar haar glas wijn en nam een flinke slok.

Ze had een uitgebreide maaltijd voor ons in elkaar geflanst waar ze bijna zeker de hele dag mee bezig was geweest. Iets met schelpdieren, risotto en andere dingen waar mensen meteen zachter van gaan praten.

Dat was haar talent. Dat eindeloze prutten met eten. Ze kon gerust twintig minuten praten over welke saus “meer diepte” gaf aan een gerecht.

‘Babs, proef dit nou eens. Dit ís toch goddelijk?’ zei ze dan, stralend en vurig. Alsof er raketbrandstof door haar aderen liep.

En eerlijk: sodeju, lekker was het. Dat gaf me nog steeds niet de ambitie om zelf in pannen te gaan staan roeren. Als ik alleen at, eindigde het meestal in pizza of iets anders dat piepend uit de diepvries kwam. De verbrandingsoven moest tenslotte ergens op draaien.

Sinds ik Suus kende was er wel iets veranderd. Ik at dingen die vroeger voor mij klonken als zeldzame huidziektes en deed soms zelfs alsof ik verstand had van wijn. Ik kon in ieder geval redelijk meepraten met de grote mensen. Dat had ik aan haar te danken.

Ik veerde op uit de zachte kussens van de bank en poef… weg waren mijn zorgeloze gedachten.

‘Aan de beurt? Je bedoelt toch niet… dat is toch pas over… heeeee?’

Ik rekende even snel terug.

‘Drie weken,’ vulde Suus aan.

Ik mompelde iets wat op een woord moest lijken, maar er waarschijnlijk uitkwam als ‘strmgbl’.

Suus had gelijk. Over drie weken en twee dagen op de kop af was het mijn beurt.

Het organiseren van het ‘Club van Zes’-diner.

Wordt vervolgd…

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven